Schrijfmotorische therapie

Het schrijven:
Wanneer we kijken naar hoe kinderen motorische leren dan gebeurt dit door veel te herhalen en te variëren op datgene wat het kind al kan/beheerst (competenties). Hierdoor leert het kind steeds meer nieuwe motorische vaardigheden.

Schrijven is een aaneenschakeling van letters. De letters zijn symbolen die we met elkaar hebben afgesproken, zodat we met elkaar kunnen communiceren.
In veel scholen wordt in de 2e helft van groep 2 en aanvang groep 3 begonnen met de voorbereidende schrijfoefeningen. Deze voorbereidende schrijfoefeningen hebben voornamelijk als doel: waarneming; coördinatie; voorkeurshand/-houding; vatting van het potlood.

Schrijven is een psychomotorische vaardigheid. Wat wil dat zeggen?
De processen die bij het schrijven betrokken zijn, worden mede bepaald door de taak. Als een kind een voorgedrukte tekst moet overschrijven, zijn waarnemingsprocessen sturend op het eindresultaat. Als het kind niet kan lezen zal het genoodzaakt zijn de voorgeschreven figuren na te bootsen (tekenen). Dit levert een totaal andere schrijfbeweging en schrijfresultaat dan wanneer het kind de gedrukte woorden kan lezen en omzetten in aan elkaar geschreven lopend schrift.
Als het kind gedicteerde tekst moet opschrijven, dan moet er een omzetting plaatsvinden van een reeks auditieve klanken naar geschreven lettervormen. Dit proces voorafgaande aan de schrijfbeweging bepaalt uiteraard het schrijfresultaat.
Zetten we het hele schrijfproces eens op een rijtje, dan kan het als volgt worden onderverdeeld:

  1. Cognitief niveau:
    a. intentioneel niveau: ik wil iets schrijven;
    b. linguïstisch niveau: volgorde in de zin + meervoudsvormen (semantische kennis van taal en grammatica);
    c. lexicaal niveau: het woordenboek;
    d. auditieve en visuele analyse-synthese: een woord bestaat uit letters/klanken en bij het horen van een woord of het zien van een woord moeten deze afzonderlijke elementen auditief dan wel visueel onderscheiden worden in het geheel, andersom moeten elementen tot een woord samengevoegd worden;
    e. foneem-grafeem koppeling: op dit niveau vindt de vertaling plaats van een bepaalde klank in een letterbeeld (en een motorisch activiteit van de mond);
  2. Motorisch uitvoeringsniveau:
    a. motorprogrammering: de uitgekozen schrijfwijze moet geprogrammeerd worden. Er zijn vele variaties mogelijk; hoofd- of kleine letters, lettervorm, verbonden of losschrift. Daarbij is vastgelegd met welke spiergroepen de beweging wordt uitgevoerd;
    b. parametrisatie: op dit niveau vindt de afstelling plaats van de grootte, de snelheid, de richting en de druk;
    c. initiatie: nu worden het juiste type en het juiste aantal motorunits (hoeveelheid groepen spiervezels) aangezet voor de juiste tijdsduur;

Schrijfproblemen:
Bij schrijfproblemen kan er dus sprake zijn van fouten op een cognitief niveau zoals grammaticale en spellingsfouten, problemen met de perceptuo-motorische processen en het leren van de verschillende letters. Deze problemen vallen binnen het zorgpakket van de school.
Kinderen met motorische stoornissen die problemen hebben met nauwkeurigheid, vloeiendheid en snelheid en die vaak ook moeite hebben met het handhaven van een juiste penvatting, papierplaatsing en schrijfhouding zullen vaak terechtkomen bij de kinderfysiotherapeut, ergotherapeut of speciaal opgeleide remedial teacher.
Vaak zijn er bijkomende problemen zoals gedragsproblemen (PDD-NOS, ADHD, DCD) en/of aandoeningen die het motorisch leren bedreigen (hypermobiliteit, bewegingsstoornissen, reuma etc.).

Kinderfysiotherapeutische interventie: Hoe gaan we in onze praktijk te werk?
In onze praktijk wordt er gewerkt aan de hand van het KNGF evidence statement ‘motorische schrijfproblemen bij kinderen’.
1. Intake om relevante gegevens te verzamelen en de hulpvraag uit te vragen.
2. Onderzoek naar de motorische vaardigheden en beoordelen  van het handschrift; schrijfobservatie, gestandaardiseerde testen en vragenlijsten.
3. Indien nodig worden visuele testjes gedaan m.b.t. de visuele waarneming en visueel-motorische integratie.
4. Als ouders akkoord geven zal er indien nodig ook overlegt worden met de leerkracht, IB’er of RT’er van school.
5. Als er vanuit het onderzoek en indicatie is voor schrijf motorische therapie, dan zal de kinderfysiotherapeut in overleg met ouders een behandelplan opstellen. Meestal is de frequentie van de therapie 1x per week in de praktijk. Daarnaast is het maken van de huiswerkoefeningen erg belangrijk om effect te hebben van de therapie.

Is het handschrift van uw zoon of dochter onleesbaar, heeft hij of zij moeite om het schrijftempo in de klas bij te houden of heeft hij of zij last van kramp in de hand? Neem dan contact op met onze kinderfysiotherapeut, Jolien Meijer.